Drie middagen in de week controleert Christa Flipphi (18) de weggegooide medicijnzakjes in verzorgingstehuis De Kiekendief in Almere. Zakjes waar nog pillen in zitten, legt ze apart. Die geeft ze later aan de verzorgenden – een vergeten medicijn kan voor bewoners grote gevolgen hebben. Christa is licht verstandelijk gehandicapt, sinds de zomer is ze klaar met de Praktijkschool. Haar werk doet ze geconcentreerd, ze mist maar heel soms een zakje met pillen.

In de ochtend maakt ze tafels schoon en geeft planten water. Tussen de middag eet ze haar eigen boterhammen, met limonade van het verzorgingstehuis. Wat ze doet, heet ‘dagbesteding’: ze krijgt er geen geld voor. Hoe lang ze dat nog kan doen, weet ze niet. Nu ze 18 is, moet ze aan het werk.

Als ze niet pas in 2015 18 jaar was geworden, maar eerder, dan had ze nu een speciale Wajonguitkering voor gehandicapten. Zoals haar broer Reinaard (21) die autistisch is. Sinds 2015 krijg je die uitkering alleen als je bijna niets kunt. En volgens uitkeringsinstantie UWV, die de Wajongbeoordelingen doet, kan Christa broodjes beleggen, stofzuigen, honden- en kattenverblijven schoonmaken.

De strengere regels, bedacht door het kabinet-Rutte II, zijn een bezuiniging. De Wajong kost 3 miljard euro per jaar (voor zo’n 250.000 mensen) en sinds de uitkering is bedacht, in 1998, is het aantal uitkeringen alleen maar gestegen: sinds 2007 kwamen er per jaar zo’n vijftien- tot zeventienduizend nieuwe bij. In 2015 daalde het aantal Wajongers voor het eerst: er kwamen 3.400 Wajongers bij, 6.600 gehandicapten hadden de uitkering niet meer nodig.

Er zijn niet opeens minder jongeren met wie iets is. Maar zij moeten nu aan het werk in een gewoon bedrijf – met hulp van de gemeente. Wie heel weinig kan, zou in aanmerking kunnen komen voor een ‘beschutte werkplek’ met extra begeleiding en aanpassingen. Daarvan moeten er 30.000 komen, maar veel gemeenten wachten er nog mee. De plekken kosten zo’n 20.000 euro per jaar.

Dagbesteding

Christa Flipphi heeft een IQ van 69 en een ontwikkelingsleeftijd van hooguit zeven jaar. Ze had een paar jaar langer op school kunnen blijven, maar dat wilde ze niet. „Ik was klaar met leren”, zegt ze. „En ik werd gepest.”

Ze wil niet dat er iets verandert aan haar leven. Op de dagen dat ze niet in het verzorgingstehuis is, heeft ze dagbesteding bij een organisatie waar ze kan toneelspelen, zingen en dansen. Ze heeft een kamer in een begeleidwonenproject van de zorginstelling Triade, waar haar leerdoelen zijn: op tijd vertrekken, kamer opruimen, badkamer schoonmaken. Als je met haar praat over echt werk, kijkt ze bang en zegt niets meer.

De eerste ambtenaar van de gemeente Almere met wie haar stiefmoeder Nora Flipphi contact had, zei in de zomer: „Vraag snel bijstand aan.” Maar daar bleek Christa geen recht op te hebben, omdat ze in een instelling woont en nog geen 21 is. Ze krijgt 24,50 euro zakgeld per week. Haar ouders betalen voor haar kleren en zorgverzekering.

Niemand weet precies hoe het gaat met de naar schatting 13.000 jongeren die in dezelfde positie zitten. Veel van hen wonen nog bij hun ouders en krijgen dan ook geen – of weinig – bijstand. Ze kosten hun gemeente daardoor weinig en dat is voor de jongeren zelf niet per se een voordeel: gemeenten moeten nu met minder geld méér mensen aan werk helpen en het zou logisch zijn als die er dan voor kiezen om eerst mensen uit de bijstand te helpen. Daarmee besparen ze geld.

Toch valt het mee, zeggen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de vereniging van managers van sociale diensten Divosa: de meeste gemeenten doen hun best voor deze groep. Oók omdat de 18-jarigen van nu op een dag 21 zijn en recht hebben op bijstand.

Pioniersjaar

Help ze nog maar eens aan werk als ze drie jaar op de bank hebben gezeten. „Het is een pioniersjaar”, zegt Divosa-voorzitter René Paas. „En niemand steekt er zijn hand voor in het vuur dat er geen mensen tussen wal en schip vallen.”

Als Christa geen dagbesteding meer zou hebben en ook geen werk, zit ze in haar kamer van zorginstelling Triade – die er in de personeelsbezetting niet van uit gaat dat bewoners overdag thuis zijn. „Dat is op te lossen”, zegt Maria de Boer, manager bij Triade in Flevoland. „Maar de jongeren verliezen zo hun vaardigheden van school en er liggen verleidingen op de loer als drank, drugs of gokken.”

Begin november praten Christa en haar stiefmoeder Nora met gemeenteambtenaar Annemieke Kole, jobcoach. Kole denkt al snel: echt werk, dat zal bij Christa niet lukken. Nora Flipphi komt thuis met het nieuws: „Er komt een dikke streep onder het zoeken naar betaald werk.” Ze hoopt op beschut werk voor Christa, maar heeft gehoord dat de tien plekken van Almere vol zitten.

Een dikke streep? „Dat dacht ik, ja”, zegt Kole later in een gesprek met NRC, samen met wethouder Participatie, Werk en Inkomen Froukje de Jonge (CDA). „Maar ze heeft geen inkomen. Ik ben bij het UWV gaan praten over haar afwijzing voor de Wajong. Christa leert nog om zelfstandiger te worden en ik heb een werkgever gevonden die gewend is om met deze doelgroep te werken.”

Zakcentje

Christa zou dan kammetjes en andere drogisterijspullen inpakken, twee keer in de week twee uur – om mee te beginnen en nu vooral bedoeld als „zakcentje”. Kole belde erover met de stiefmoeder. „Die zei: ‘Als Christa iets verdient, moet ze een eigen bijdrage betalen voor de zorg die ze krijgt in de instelling’. Daar had ik niet aan gedacht.”

Wethouder De Jonge: „Het is wel gek als het systeem het onaantrekkelijk maakt om te werken. Ze gaat per maand nooit meer verdienen dan die 160 euro van de eigen bijdrage.”

Kole: „Het is de keus van de ouders. Maar ik zou het jammer vinden als de consequentie is dat ze niet gaat werken. Het is onzeker of de dagbesteding doorgaat.”

De Jonge: „Dagbesteding is gewoon duur. Ik weet dat dat een punt is.”

De gemeente Almere en het UWV hadden het afgelopen jaar 159 inwoners met een handicap die voor het eerst aan werk geholpen moesten worden. Er waren vijftien jongeren zoals Christa bij wie het – via de gemeente – met werk is gelukt.

Loverboy

Er zijn er ook die niets willen en bijvoorbeeld op straat zwerven of verslaafd zijn. Op hen stuurt de gemeente een speciaal reïntegratiebureau af: het gaat volgens de wethouder dan niet meteen om werk, maar om „herstel van eigenwaarde”. „Ik vind dat het onze verantwoordelijkheid is. Vroeg of laat komen ze in de bijstand of kunnen ze overlast veroorzaken.”

Christa’s ouders zijn vooral bang dat hun dochter slachtoffer wordt van een loverboy, als ze te veel tijd zou hebben om de stad in te gaan. Net voor Kerst komt de gemeente met het voorstel om te onderzoeken of Christa toch een beschutte werkplek kan krijgen: in Almere komen er in 2016 tien bij. De gemeente wil zelfs nagaan of Christa’s werk in het verzorgingstehuis zo’n plek kan worden, een idee van haar vader.

Maar het is uiteindelijk niet aan de gemeente of ze beschut werk krijgt. Het UWV moet beslissen of zij ‘permanent toezicht of intensieve begeleiding’ nodig heeft, die je niet kunt verwachten van een gewone werkgever. Want zo staat het in de wet. „We juichen nog niet”, zegt Christa’s stiefmoeder.

Bron: NRC.