Meer bijstandsuitkeringen door Syriërs en Wajongeren

Het aantal mensen in de bijstand blijft toenemen. Dat komt door veranderende wetgeving en door de komst van vooral Syrische asielzoekers die met een verblijfsvergunning een uitkering kunnen krijgen. Eerder deze maand bleek ook al dat door de groeiende groep Syrische vluchtelingen meer kinderen in een bijstandsgezin wonen.

Eind juni zaten er 463 duizend mensen in de bijstand, het laatste vangnet voor wie niet kan werken. Dat zijn er 21 duizend meer dan een jaar eerder. Dat heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanmorgen bekend gemaakt.

Asielzoekers nemen pakweg de helft van de groei voor hun rekening, ongeveer 10 duizend dus. Dat werkt deels ook door in het groeiende aantal jongeren tot 27 jaar dat nu in de bijstand zit. Op 1 juli was het aantal jongeren met bijstand toegenomen met 7 duizend, een stijging van 16 procent. Ter vergelijking: het aantal 45-plussers met bijstand was met 12 duizend toegenomen, een plus van ruim 5 procent.

Onder de asielzoekers zitten relatief veel jongeren, zegt Tanja Traag van het CBS. Maar er is nog een andere reden waarom het aantal jongeren in de bijstand groeit. Voor arbeidsgehandicapten is het namelijk sinds 2015 veel moeilijker geworden een Wajong-uitkering te krijgen.

 

Participatiewet

Arbeidsgehandicapten komen sinds de invoering van de Participatiewet alleen nog voor de Wajong in aanmerking als ze volledig zijn afgekeurd. Wie nog deels in staat wordt geacht te kunnen werken, kan een bijstandsuitkering aanvragen. Alleen wie onvoldoende inkomen of vermogen heeft krijgt bijstand. Wie een werkende partner heeft of nog bij zijn ouders woont, komt dan al gauw niet voor een uitkering in aanmerking.

De verhoging van de AOW-leeftijd leidt tot een extra toename van ouderen in de bijstand. Die is dit jaar verder verhoogd tot 65 jaar en zes maanden. Daardoor moesten het eerste kwartaal tweeduizend 65-plussers drie maanden langer wachten voordat ze in aanmerking konden komen voor hun (staats)pensioen.

Verder blijkt dat ongeveer drie op de tien mensen in de bijstand gebruikmaken van een re-integratietraject, in totaal dus een kleine 140 duizend. Daarbij gaat het om scholing, training of een participatieplaats. Vorig jaar zijn er uit die groep 40 duizend begonnen met een baan. Een kwart van hen kon na een maand uit de bijstand.

 

bron: de volkskrant